De rechtbank in Amsterdam heeft een cliënt die werd verdacht van het witwassen van een groot geldbedrag en diverse duren spullen vrijgesproken. Lees hier de uitspraak.
In deze zaak kreeg de politie een tip vanuit Amerika dat een tracker in een container met cocaïne zat gestopt en deze tracker peilde uit op een adres binnen een bedrijvencomplex in Amsterdam-Noord. Cliënt had in dat complex een bedrijfje zitten, maar zat niet op het adres waar de tracker uitpeilde. Er werd vervolgens – gek genoeg – niet gekeken naar dat specifieke adres maar naar de personen die op dat complex een bedrijfje hadden en omdat cliënt volgens dat onderzoek als enige eerdere contacten had met justitie besloot de politie bij cliënt binnen te vallen. Binnen troffen zij geen cocaïne aan, laat staan een container cocaïne; wel troffen zij in een geheime ruimte een kluis aan met waardevolle spullen en contant geld. Cliënt werd vervolgens vervolgd voor het witwassen van die spullen.
Die tracker was in geen velden of wegen meer te bekennen in dit onderzoek en toen de verdediging het dossier las, kwam de vraag naar boven of daar op dat moment onderzoek naar die tracker was gedaan en zo ja wat daaruit was gekomen. Daarom vroeg de verdediging aan de rechter om een aantal betrokken verbalisanten als getuigen te mogen horen onder andere over die tracker. Die getuigen verklaarden uiteindelijk bij de rechter dat inderdaad was geprobeerd om die tracker uit te peilen, maar dat dat maar ten dele was gelukt. Hiervan bleek echter niets uit het dossier. Vervolgens zei een van de getuigen ook nog eens dat het sterkste signaal van die tracker niet uit het pand van cliënt, maar uit een bestelbus kwam die daar op het terrein stond. Hiervan bleek evenmin iets uit het dossier. Navraag bij de officier leerde dat zij dit allemaal niet relevant vond voor de vraag of er terecht bij cliënt naar binnen was gegaan. De verdediging vond dit uiteraard wel relevant, want als die tracker ergens anders dan bij cliënt uitpeilde, betekende dat natuurlijk dat de verdenking richting cliënt met betrekking tot die (container) cocaïne was komen te vervallen. Ten onrechte was er dan dus ontlastend bewijs uit het dossier gehouden. De rechtbank was het hier mee eens en kwam tot het oordeel dat het recht op een eerlijk proces was geschonden en dat het aangetroffen bewijs van de bewijsvoering moest worden uitgesloten, waarna cliënt werd vrijgesproken. De officier is in hoger beroep gegaan en dat dient in april 2025.